NAP Process Industry Network

  1. Login
  2. Contact
  3. Google translate

Fit for use

De opleiding Facility Management van Zuyd Hogeschool beoogt gekwalificeerde en gepassioneerde professionals op te leiden die ‘fit for use’ omgevingen creëren en managen. Een facility manager streeft ernaar om mensen, ruimte, processen en technologie tot een samenhangend geheel te smeden. Om gaandeweg tot een omgeving (en bijbehorende services) te komen welke geschikt is voor het beoogde gebruik. De opleiding richt zich dan ook op facilitaire processen en op de ontwikkeling en het beheer van gebouwen (Vastgoed).

Reeds in de propedeuse geven we deze benadering, dit denken vanuit de gebruiker en het gebruik, mee aan de studenten. Daarom draagt één van de propedeusemodules de titel ‘Adviseren over ruimtegebruik’. Het is de bedoeling dat de studenten in kleine projectgroepen een opdracht van een externe partij uitvoeren, om uiteindelijk een advies te geven over de optimale indeling en inrichting van de werkomgeving;  'Fit for use'.

De studenten beginnen bij het in kaart brengen van de te huisvesten organisatie en haar huisvestingsbehoefte: Dus aspecten als de identiteit, de aard van de werkprocessen, concrete activiteiten en specifieke aspecten van de werkomgeving. Mede door interviews met de opdrachtgever ontstaat een programma van wensen met uitgangspunten, randvoorwaarden en wensen en eisen.

Vervolgens is het de opdracht aan de studenten om dit te combineren met externe eisen. Het gaat in deze propedeusemodule met name om eisen ten aanzien van bruikbaarheid (toegankelijkheid en gezonde wekplekinrichting), duurzaamheid en brandveiligheid.

Dit globale Programma van Eisen vormt vervolgens het uitgangspunt om via indelingsvarianten te komen tot de optimale indeling en inrichting. Dit ontwerp wordt tenslotte aan de opdrachtgever gepresenteerd.  Kortweg: van Wensen via Programma naar Ontwerp.

Ik ben als docent medeverantwoordelijk voor deze module en was zeer verheugd toen ik in mijn zoektocht naar geschikte literatuur het document van de heer Spekkink met de titel ‘Programma van Eisen’ signaleerde. Het is binnen deze module inmiddels één van de bronnen die de studenten bestuderen. Het fungeert als een waardevolle bron: helder geschreven, logisch qua opbouw en nog niet te technisch van aard.

Paul de Boer
Zuyd Hogeschool