NAP Process Industry Network - 60 jaar

  1. Login
  2. Contact
  3. Google translate
Verslag webinar 12 november: "The impact of digitalisation in Capital Projects and Maintenance"

Verslag webinar 12 november: "The impact of digitalisation in Capital Projects and Maintenance"

20 november 2020

Digitalisering: Lego en de dodenvallei
Door de coronacrisis kon het uitgestelde jubileumcongres in november 2020 geen doorgang vinden en werd in plaats daarvan het tweede NAP webinar georganiseerd. Onderwerp van dit webinar was de impact van digitalisering op projecten en onderhoud. De eerste spreker ging daarbij in op het feit dat digitalisering nu ook vat krijgt op de managementsystemen van projecten. Hij toonde een roadmap hoe vernieuwing door digitalisering in de projectpraktijk kan werken. De tweede spreker besprak de impact van digitalisering op onderhoud en ging daarbij ook in op niet-technische factoren die sterk bepalen of de vernieuwingen succesvol zijn. Zo gaat de asset owner er bijvoorbeeld wel op vooruit met de innovatie, maar de leverancier of de serviceprovider ziet zijn omzet dalen, hetgeen remmend werkt om de innovatie door te voeren.

NAP-voorzitter Frank van Ewijk opende de avond en gaf aan dat het bestuur besloten had om tot de zomer van 2021 geen reguliere face-to-face contactbijeenkomsten te houden. Wel worden de mogelijkheden onderzocht om zoveel mogelijk op andere manieren contact te houden, bijvoorbeeld door regelmatiger een nieuwsbrief uit te sturen en door webinars te organiseren. Daarnaast worden alternatieve bijeenkomsten onderzocht, zoals “met NAP op STAP”, die minder gevoelig voor corona zijn. Frank gaf aan dat dit webinar opgenomen wordt en na te zien is op de NAP-website.

Projects digital roadmap
De eerste spreker deze avond was Oscar van der Weide van Shell. Hij heeft een carrière gehad in het uitvoeren van projecten bij Shell en houdt zich nu als general manager bezig met de digitalisering van capital projects.

Oscar begon met te melden dat digitalisering al vele tientallen jaren onderdeel is van projecten; denk daarbij bijvoorbeeld aan CAD-systemen. Nu raakt digitalisering voor het eerst ook de managementsystemen, dat wil zeggen hoe het projectmanagement en constructiemanagement worden uitgevoerd. Zonder die digitalisering had iedereen wel een eigen manier om projecten uit te voeren; met digitalisering treedt een verdere standaardisatie in. Om context te geven aan de omvang, bij Shell is jaarlijks sprake van 20 miljard euro aan capital projects, waarvan zeker de helft gaat over nieuwe facilities. Een ander, kleiner deel zit in het boren van putten.

De benadering die Shell heeft gekozen is door de zoektocht te richten op de digitale toepassingen van vandaag, die het meeste waarde toevoegen. Alle Shell-projecten over de hele wereld worden daarbij doorzocht. Vaak zijn die toepassingen bekend in een enkel project. Het idee achter de benadering is om deze waardevolle digitale toepassing zo snel mogelijk over een breder portfolio aan projecten te verspreiden. Binnen Shell wordt dit de replicator-methode genoemd. 

Op deze manier zijn in de afgelopen jaren de zogenoemde ‘recommended practices’ gedefinieerd. Intussen zijn 10 van zulke practices vastgesteld, 5 in de front-end van het project en 5 bij projectrealisatie. Een centraal Shell-team ondersteunt bij de implementatie van deze practices in de projecten wereldwijd. 

Een succesverhaal hiervan betrof een chemische plant in Pennsylvania. Initieel had men daar een applicatie die met hulp van drone-footage en camerabeelden continue in de gaten houdt wat er op het terrein gebeurt. Van lieverlee zijn daar steeds meer functies aan toegevoegd, bijvoorbeeld om de constructievoortgang van projecten te controleren, om aannemers te controleren op uitgevoerd werk, om equipmentproblemen te ontdekken of om sensoren op hijskranen aan te brengen en zo de werkelijk benodigde inzet van kranen te kunnen meten. Men is hieraan begonnen zonder te weten waar men uit zou komen en nu proeft iedereen het enthousiasme, zowel de Shell-medewerkers als de aannemers. Dit succes wordt nu gekopieerd naar meerdere Shell productieterminals. 

Trechter
Nieuwe digitale technieken gaan bij Shell door de zogenoemde innovatietrechter, waarbij de mate van volwassenheid steeds groter wordt. Shell richt zich daarbij in eerste instantie op digitale technieken uit de markt. Eerst probeert men deze techniek op kleine schaal uit. Als dat goed loopt wordt deze breder ingezet en uiteindelijk zal deze tot projectstandaard worden verheven.

Daar waar wel behoeften bestaan bij Shell maar nog geen techniek op de markt beschikbaar, gaat Shell zelf ontwikkelen. Dit betreft bijvoorbeeld het digitale paspoort voor equipment met behulp van blockchaintechnologie, een techniek om de hele informatie-uitwisseling rondom equipment zonder papier uit te voeren. Ook het gebruik van dataplatforms wordt ontwikkeld, om het silo-denken te voorkomen waarbij de aandacht op een enkel project is gericht. De dataplatforms geven een kans om meerdere projecten door te lichten en om op hoger niveau met data om te gaan, waardoor efficiëntie in projecten wordt verbeterd en projecten sneller worden gerealiseerd.

Digitale transformatie bestaat voor de helft uit techniek, de andere helft is om de mensen die het werk uitvoeren op het juiste niveau te krijgen. Om deze competenties te ontwikkelen en bij te houden is een specifiek Digital Competence Framework ingericht. Daarnaast realiseert Shell zich dat het onderdeel is van een supply chain. Als processen moeten veranderen dan kan dat bijna nooit alleen. Samenwerking is daarom van belang. Weten van elkaar wat het leven makkelijker maakt en afstemmen van processen en dataflows horen daar onderdeel van te zijn.

Uiteindelijk is een steeds verdergaande standaardisatie te voorzien, zowel met openbaar beschikbare design objecten en –bibliotheken, wat het werk van ingenieursbureaus zal veranderen, maar ook in uitvoering en constructie. Het gaat op Lego lijken, zo besloot Oscar.

Digitalisering in onderhoud 
De tweede spreker was Henk Akkermans, hoogleraar supply chain management aan de Tilburg University en directeur van World Class Maintenance. Hij opende met de constatering dat digitalisering als panacee een fenomeen is dat in golven langskomt. In de jaren 80 toen hij studeerde leek IT ook al de oplossing voor alle problemen en nu is dat weer zo. Dit is niet cynisch bedoeld, maar het is wel cyclisch, zo allitereerde Henk.

Digitalisering van onderhoud betreft niet alleen techniek, maar heeft ook impact op allerlei ander gebied zoals de samenwerking tussen bedrijven en wegvallende omzetten bij leveranciers. Het vereist de integratie van heel verschillende mensen, afdelingen, middelen en datastructuren die nog niet eerder zo nauw hebben samengewerkt, om de digitale wensen ook echt aan de praat te krijgen.

Om even de vergelijking te maken liet hij een foto van de aarde zien, zoals gemaakt door Apollo 8 in 1968. Een astronaut verwoordde zijn gemoedstoestand dat bij deze asset ‘aarde’ zoveel omgaat qua politiek, techniek, groei, onenigheid en samenwerking, hetgeen leidde tot het besef dat alles met alles samenhangt. Dit besef werd door Henk vertaald naar het moderne concept van condition-based onderhoud, als verbetering op correctief en preventief onderhoud. Een plaatje met 14 innovatievereisten werd getoond waaruit blijkt dat dit onderhoudsconcept niet alleen op techniekgebied innovatie-eisen stelt, zoals big data verzameling, degradatiemodellen, smart-sensoring en IT-integratie, maar ook allerlei andere eisen stelt. Nieuwe contractvormen, design-for-maintenance, mobiele oplossingen, KPI dashboard en life cycle costing zijn nodig, maar misschien nog wel belangrijker de vereisten voor knowledge management en de culturele verandering. Kortom, alles heeft met alles te maken en je moet het allemaal doen om condition-based onderhoud tot een succes te maken. 

Met dit type onderhoud wordt ook bijgedragen aan duurzaamheid. Henk liet een plaatje zien waar initieel hogere kosten uiteindelijk leiden tot een langere levensduur, minder operationele kosten en minder end-of-life kosten. Een voorbeeld van een brug werd genoemd waarvan de levensduur met een derde werd verlengd op deze manier.

Wel ontstaat met deze innovaties een verstoring in verdienmodellen in de driehoek leverancier- asset owner – serviceprovider. Doorgaans profiteert de asset owner van de innovaties, maar een serviceprovider ziet bijvoorbeeld het aantal te contracteren uren drastisch verminderen. Ook de leverancier profiteert niet altijd gelijkelijk mee; denk bijvoorbeeld aan de spoormaatschappij die de treinenleverancier passeert om direct met de onder-leverancier te praten over verbetering van toiletten. Die partijen worden daarom niet direct gestimuleerd om dit soort vernieuwingen te starten. Henk benoemde nog een rol van ‘control tower’ boven deze driehoek die in deze constructie nieuwe inhoud kan krijgen; misschien dat benadeelde partijen hier een nieuwe rol zien. In ieder geval moet wel gezorgd worden dat de leverancier geld heeft om te innoveren.

Twee werelden: CAD en ERP
Vervolgens werd de assetmanagement cyclus getoond. 15 stappen worden daarbij onderscheiden voor condition-based onderhoud aan equipment zoals het meten van de performance door onderhoudstechnici, verzamelen van data uit verschillende bronnen, correlatie bepalen, root cause analyse, toekomstontwikkelingen bepalen, toetsen aan financiële criteria, aanbevelingen opstellen, planning opstellen, workflows vaststellen, uitvoeren en evaluatie van effectiviteit. 

Op dit moment is de uitvoering van deze cyclus zeer gefragmenteerd en gaat over verschillende schijven van sterk georiënteerd technisch personeel, data-analisten, planners tot financiële expertise en van specifieke onderhoudmeetsystemen, big data crunchsystemen tot ERP. Condition-based maintenance vereist dat deze cyclus geïntegreerd wordt, dus weg van de fragmentatie. 

Henk ging met name in op de onderliggende IT-systemen die deze cyclus ondersteunen. Die systemen hebben allemaal een heel andere focus en gerichtheid. Zo richten engineering systemen en document managementsystemen zich met name ontwikkeling van documenten, workflows en autorisatie daarbinnen; monitoringsystemen kennen discrete transacties en streaming van data; beslissystemen zijn meer gebaseerd op snapshots en analytische systemen zijn afhankelijk van aggregatie van data. De wens van digitalisering is dat vogels van diverse pluimage goed gaan samenwerken in een geïntegreerde werkwijze, inclusief de mensen met diverse achtergronden die bij deze processen horen. Kortom, de wereld van CAD en remote-sensoring ontmoet de wereld van ERP. Op zijn minst mag dit een uitdaging worden genoemd. 

Als laatste wees Henk nog op het fenomeen van de ‘valley of death’. Ergens moet een innovatie de sprong maken van onderzoek en ontwikkeling naar vermarkting en uitrol. Bij die sprong zijn er nog allerlei grote risico’s en zijn nog behoorlijke investeringen te maken. Daar is samenwerking tussen bedrijven vereist en veldexperimenten zijn nog nodig om het nut definitief vast te stellen. Liefst ook met partijen uit de driehoek zoals boven genoemd, maar de verstoring in verdienmodellen zoals eerder genoemd blokkeert hier vaak de voortgang. Wat in de praktijk wel werkt is een samenwerking van verschillende typen asset owners, zoals bijvoorbeeld Fuji, Shell en Tata. Zo kan geëxperimenteerd worden aan slim onderhoud, in een netwerk met anderen, snel en open, en met aandacht voor de combinatie van techniek en organisatie.

De webinar kunt u via deze link bekijken.


Terug naar het overzicht >>