NAP bijeenkomst 7 mei 2026
May 18, 2026
De toekomst van SMR’s in de procesindustrie
Tijdens de tweede NAP-contactbijeenkomst van 2026 werd de stand van zaken rond de Small Modular Reactor, SMR, tegen het licht gehouden. In deze tijden waarin duurzaamheid en onafhankelijkheid in energie de boventoon voeren, is dit een innovatie die veel beloftes in zich draagt, ook voor de procesindustrie. Deze nucleaire reactor genereert immers niet alleen elektriciteit maar heeft ook mogelijkheden voor productie van industriële warmte, tot wel 500-600 C voor de nieuwste generatie IV SMR’s, tegen concurrerende prijzen zo is de verwachting.
Op deze bijeenkomst gaf een expert op het gebied van SMR’s een overzicht van de huidige stand in de ontwikkeling van SMR’s en welke uitdagingen er zijn. In een andere bijdrage werd door een leverancier de techniek van hun nieuwste generatie IV SMR toegelicht en welke concrete projectuitrol er is om van prototype en pilot tot volwaardige commerciële productiesite te groeien.
NAP-voorziter Ron van den Akker opende de avond en constateerde dat een hot topic als Small Modular Reactor veel interesse kent zoals ook bleek uit de grote opkomst. Hij wees de aanwezigen op de viering van het 65-jarig bestaan van NAP tijdens het jubileumcongres op 19 november aanstaande.
Vanwege deze viering wordt in 2026 ook een competitie gelanceerd, die werd toegelicht door Amy Triesschein van de NAP-programmaraad. Zoals bekend bevindt de industrie in Nederland zich op een keerpunt. De competitie wil graag ideeën boven water halen hoe de toekomst van de industrie in Nederland eruit zal zien en bijvoorbeeld welke nieuwe slimme vormen van samenwerking zullen ontstaan. Het mogen ideeën zijn die al tot in de perfectie zijn uitgewerkt maar zeker ook ideeën met potentie die nog verder kunnen uitgroeien. De vraag is om zoveel mogelijk mensen en bedrijven, ook die niet lid van de NAP, op de hoogte te stellen van deze competitie. Dat kan via de NAP-website en via een speciale QR-code die werd getoond in de zaal. De vraag is om voor 1 juni aanstaande een korte beschrijving, een one-pager, aan te leveren voor het idee en op 1 oktober een poster waarop het idee is uitgewerkt. Op de vraag uit de zaal wat de prijs is in de competitie, werd geantwoord: eeuwige roem en eer en ook een diner met de jury met daarin onder andere prof. dr. W. Veeneman en R. van den Akker (voorzitter NAP en vice-president DSM Firmenich).
Hierna benoemde Ron nog het opnieuw leven inblazen van de SIG Big Data & AI. Op de contactbijeenkomst van 24 september zal AI het centrale thema zijn.
Wat is ‘small’ en ‘modular’ in SMR?
De eerste spreker was Gertjan Dahm, leading professional renewable energy bij Haskoning. Hij begon met het formuleren van het energievraagstuk van de industrie in Nederland. Die is op te splitsen in 3 hoofdthema’s, allereerst de behoefte aan betrouwbare 24/7 beschikbaarheid van elektriciteit en warmte, dus inclusief eigen energieproductie en weersonafhankelijkheid. Ten tweede de reductie van CO2 en dus vervanging van gasgestookte warmtekrachtkoppelingen WKK’s. Ten derde de beprijzing en de netcongestie, zodat lange termijn zekerheid kan worden verkregen.
De centrale vraag die hij daarbij wilde beantwoorden was of SMR’s een rol kunnen spelen bij de oplossing van dit vraagstuk. Daartoe gaf hij een overzicht van de bestaande ontwikkelingen van SMR’s en hun karakteristieken en daarbij ging hij ook in op de speciale vergunningstrajecten en de verwachte kosten.
Hij begon met een overzicht van de huidige 6 nucleaire faciliteiten in Nederland, met ondermeer de Large Nuclear Power Plant (LNPP) in Borssele, de uraniumverrijking van Urenco in Almelo en de research reactor van NRG Pallas in Petten. Samenvattend kan worden gezegd dat de ervaring en de kennis in Nederland op nucleair gebied in ontwikkeling is. Anders geformuleerd, in Nederland kun je bij de industrie nog niet zomaar een nieuwe kerncentrale bestellen. Gertjan liet nog wel wat referenties zien wat betreft LNPP’s, Large Nuclear Power Plants, en SMR’s, Small Modular Reactors.
Dat bracht hem op de vraag wat een SMR nu eigenlijk was. ‘Small’ houdt in dat de productieomvang klein is vergeleken met een traditionele LNPP van 700+ MWe; het gaat bij SMR’s typisch om 25 tot 500 MWe. Daarnaast bestaan er microreactors tot ongeveer 10MWe. ‘Modular’ houdt in dat bepaalde componenten in modules worden aangeleverd en op locatie alleen maar geassembleerd behoeven te worden. Overigens betreft die modulariteit in de praktijk maar een klein deel van de plant; een groot deel van de bouwwerkzaamheden wordt nog op locatie worden gedaan. ‘Reactor’ houdt in dat nucleair materiaal gebruikt wordt voor productie van elektriciteit en industriële warmte. In een schema liet Gertjan zien hoe een reactor ingezet kan worden in een WKK-configuratie; daarbij is alleen de verwarmingsbron veranderd dus geen kolen of gas meer maar een nucleaire reactor.
Generaties: GEN III+ en GEN IV
Vervolgens werden de karakteristieken behandeld van twee moderne generaties SMR’s, de GEN III+ en de GEN IV. De generatie GEN III+ is gebaseerd op bestaande nucleaire technologieën. Dat betreft lichtwaterreactoren, LWR’s, gebaseerd op hogedruk water of op stoom, met laag verrijkt uranium als brandstof. Deze systemen hebben verbeterde, passieve veiligheidskenmerken en hebben een focus op de productie van elektriciteit maar kunnen ook als WKK worden geconfigureerd, met lagere temperaturen als 200-300 C. Typische elektrische output per reactor is 250-500 MW; thermische output is 900-1200 MW. De voetprint is 10-15 ha; voor constructie is het dubbele hiervan nodig. De FOAK (first of a kind) oplevering volgt in 2030 in Canada; de NOAK (n-th of a kind) is commercieel beschikbaar in 2035, naar verwachting in de UK. De ontwerpen van de firma’s Hitachi en Rolls Royce werden als voorbeeld toegelicht.
De generatie GEN IV betreft introductie van innovatieve concepten, met een compleet herontwerp van de installatie, met andere koeltechnieken, hogere temperaturen en ook kleiner in afmeting. De vaste brandstofstaven en het water worden dan bijvoorbeeld vervangen door brandstof dat opgenomen is in ‘molten salt’, een vloeistof van gesmolten zout, of ‘molten salt’ wordt als koelmiddel toegepast in plaats van water. Andere nieuwe technieken zijn helium- en vloeibaar lood gekoelde reactors. Dit vereist wel nieuwe standaards en vergunningstrajecten. De ‘molten salt’ techniek levert ook meer flexibiliteit op wat betreft de productie-output. Deze generatie IV heeft intrinsieke veiligheidssystemen met bijvoorbeeld passieve koeling en zelfregulerende reactiviteit. Er wordt met hogere temperaturen gewerkt van 400-600 C waarmee ze ook interessant zijn om als WKK ingezet te worden. Naast productie van elektriciteit en warmte is ook productie van waterstof mogelijk. Typische elektrische output is 100-500 MW; thermisch van 250-850 MW. De voetprint is 3-10 ha voor medium volume SMR’s; voor constructie is verdubbeling hiervan nodig. De FOAK-oplevering is rond 2035; de NOAK commerciële oplevering is rond 2040. De ontwerpen van de firma’s Hexana en Thorizon werden als voorbeeld toegelicht. Al met al belooft deze GEN IV een behoorlijke innovatie, maar het is nog wel een beetje een ‘paper thing’, zoals Gertjan aangaf. Zeker 100-120 van dit type ontwerpen zijn nu in ontwikkeling; een aantal daarvan zal er zeker komen, zo was de verwachting.
Tenslotte werd nog een subcategorie van de GEN IV toegelicht, de microreactors met een elektrische output van kleiner dan 50MWe, die gemakkelijker zijn te integreren in een bestaand energiesysteem en eenvoudig zijn te transporteren vanwege hun volume en gewicht. Omdat ze in eilandmodus kunnen opereren is vooral de scheepvaart geïnteresseerd in deze ontwikkeling. De ontwerpen van Allseas en Westinghouse eVinci werden hier toegelicht.
![]() |
![]() |
Vergunning: twee trajecten bij elkaar brengen
Wat betreft de vergunning zijn in hoofdzaak twee wetten van belang, de kernenergiewet en de omgevingswet. Ze hebben ieder hun eigen dynamiek en deze twee trajecten moeten bij elkaar worden gebracht. Hier moet scherp geacteerd worden voor een soepel lopend vergunningstraject. In het geval van NRG Pallas in Petten leidde deze afstemming bijvoorbeeld tot een vergunningstraject van 3 jaar, waarbij de Nederlandse autoriteiten Franse kennis hebben ingehuurd. De MER uit de omgevingswet is voor de meeste aanwezigen waarschijnlijk wel bekend.
Het vergunningstraject voor de kernenergiewet betreft ondermeer een interview met de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralinsgbescherming, de ANVS. Wat betreft ontwikkeling en financiering moet verder bijvoorbeeld worden aangetoond dat men een stabiele partner is voor lange tijd. Wat betreft operatie en onderhoud wordt bijvoorbeeld vereist dat voldoende nucleaire kennis in het bedrijf aanwezig is; concreet komt dat neer op minstens 20 experts. Een degelijke projectplanning moet worden getoond zeker als innovaties worden geïntroduceerd met voldoende ruimte voor prototypes en pilots. En tenslotte is het risk safety plan van belang, met vaak duizenden pagina’s aan vereiste details. Het proces voor een kleine installatie is daarbij niet anders dan voor een grote installatie. Immers anders dan in Amerika waar na initiële goedkeuring met een certificaat voor de techniek kan worden gewerkt, moet in Nederland de invloed van de installatie in zijn directe omgeving worden uitgewerkt.
Wat betreft de economische haalbaarheid van SMR’s is de verwachting dat SMR’s competitief kunnen zijn. De CAPEX en life cycle kosten voor SMR’s zijn echter zeer speculatief en gezien de levensduur van een installatie is een vereiste dat afnamecontracten van minstens 20 jaar worden geregeld. Met dat in het achterhoofd kan de SMR met een verwachte levelized cost van 60-130 euro/MWh de vergelijking aan met die van LNPP’s met kosten van 60-400 euro/MWh en met die van gasturbines met kosten van 150-320 euro/MWh.
Al met al concludeerde Gertjan dat SMR’s vanaf 2035 een weersonafhankelijk element in het Nederlandse energieproductiesysteem kunnen zijn. Daarbij voegen ze het meeste waarde toe bij de productie van industriële warmte; de competitie met elektriciteitsproductie door wind en zon kunnen ze nog niet aan. Wel kan gedacht worden aan toepassing voor elektriciteitsproductie on-site, ‘behind the meter’, in een WKK-opstelling.
Er zijn wel behoorlijk wat vereisten zoals een lange termijn asset strategie, in een goed georganiseerd industrieel cluster. Ook lange termijn energiecontracten zijn een vereiste voor hoge afname van energie. De projecten kennen hoge kapitaalkosten en lange constructietrajecten, Vanwege de investeringen en de communicatie met de omgeving zijn waarschijnlijk publiek private samenwerkingen noodzakelijk. Internationale samenwerking is vereist ondermeer om nieuwe standaarden voor veiligheid, brandstof en afval te ontwikkelen.
Om terug te komen op de vraag die Gertjan aan het begin van zijn betoog stelde over de bijdrage van SMR’s aan het energievraagstuk van de Nederlandse industrie: het is aan de SMR-leveranciers om te bepalen of deze beloften ook werkelijkheid kunnen worden.
Bekijk de presentatie van Gertjan Dahm
Nucleair zonder compromissen
De tweede spreker was Paul Glaubitz, project development director bij Thorizon. Hij gaf een toelichting op de GEN IV SMR-technologie van Thorizon. Hieraan ligt een compleet nieuw ontwerp met ‘molten salt’, vloeibaar gesmolten zout, ten grondslag, dat een nieuw hoofdstuk in de nucleaire energieproductie zal inluiden. Voordelen zoals hergebruik van nucleair afval, productie van industriële warmte met hoge temperaturen, flexibiliteit in productievolume en intrinsiek veilige ontwerpen zouden daarbij langskomen. Voordat hij daarop kwam pelde hij kort zijn nucleaire carrière af, die begon met een sollicitatie bij Urenco in 2003, waarbij in eerste instantie vooral de divisie Aerospace hem over de streep trok om in dienst te treden. Al met al heeft hij daar een flink aantal jaren gewerkt maar na de ramp in Fukushima veranderde er veel, zeker met de uitfasering van kernenergie door Duitsland. Uiteindelijk veranderde hij ook van werk maar toch kroop het bloed waar het niet gaan kon en zo kwam hij een aantal jaren geleden bij Thorizon terecht.
Een negatief kenmerk van de kernenergie is dat uiteindelijk maar circa 1% van de brandstof wordt gebruikt; de rest wordt gezien als afval. De uitdaging is om van dat afval brandstof te maken en dat is waar Thorizon mee bezig is. Dit kan in-the-end leiden tot een hoge energieonafhankelijkheid in het Westen.
Om bij dat laatste te beginnen, bij elektriciteitsproductie wordt nog voor 60% gebruik van fossiele brandstoffen gemaakt; bij industriële warmte is dat zelfs 80%, volgens het IEA Energy Outlook 2024. Schokkend cijfer daarbij is dat de EU meer dan 60% van de energie moet importeren, daar waar bijvoorbeeld China dat voor maar iets maar dan 20% hoeft te doen. Amerika en Rusland zijn netto exporteurs van energie en kennen dit probleem eigenlijk niet. Gelukkig was het recent wel EU-commissievoorzitter Ursula von der Leyen, die aangaf dat niet meer doorgaan met nucleaire energie na Fukushima een strategische fout is geweest. Teruggaan in de tijd is niet mogelijk, maar terugdraaien van beslissingen kan wel, zo gaf Paul aan. De EU moet klaar staan voor de nucleaire renaissance, immers de elektrificatie van ons energiesysteem, AI en de vraag naar energieonafhankelijkheid vragen allemaal om een betrouwbare baseload energie. Vandaar dat Europa versnelt op het gebied van de volgende generatie nucleaire energieopwekking. Thorizon als Frans-Nederlands bedrijf met een focus op innovatie en op nucleair ziet zich goed gepositioneerd in die wereld. Daarom was het voor Paul ook mooi om te zien dat Wennink in zijn adviesrapport over de richting van de Nederlandse industrie Thorizon als een flagship project ziet, één van de zeven Nederlandse kampioenen volgens dat rapport.
Kort samengevat levert de SMR van Thorizon 100 MW elektriciteit of 550 C warmte, waarvoor een oppervlakte van 4 voetbalvelden benodigd is. Het ontwerp kent een inherent veilig systeem met operatie op lage druk omstandigheden en kan off-grid worden geïnstalleerd dichtbij waar de behoefte is. De kosten zijn rond 60 euro/MWh elektriciteit en 20 euro/MWh thermisch. De capaciteit is 250 MWth met een uptime van 95% en opslagmogelijkheden. Het ‘molten salt’ in de Thorizon technologie draagt de nucleaire brandstof en dient tevens als koelmiddel. Vergeleken met andere GEN IV technologieën geeft de Thorizon technologie warmte met een hoge temperatuur; alleen de HTR-technologie levert warmte met vergelijkbare temperaturen af. Qua intrinsieke veiligheid en opereren op lage druk is het de best presterende GEN IV technologie, evenals qua circulariteit van brandstof.
Wat dat laatste betreft liet Paul een filmpje zien waarbij werd getoond dat de vaste brandstofstaven in de kerncentrale in Borssele in het water worden gedoopt en als 5% van het uranium is gebruikt dan wordt de rest van de staven als afval weggehaald. De ‘molten salt’ reactor werkt anders: zout wordt in het reactorvat gestort en gesmolten. Daarbij wordt de uranium gevoegd dat oplost in het zout. Al het uranium in dit vat wordt vervolgens gebruikt voor energieproductie. Een enorm verschil in afvalproductie.
![]() |
![]() |
![]() |
Cartridge als panacee
Thorizon gebruikt verwisselbare cartridges in de reactor om de technologie mogelijk te maken. De reden is dat gesmolten zout en de radioactiviteit van uranium zeer reactief zijn, om de elektriciteit en/of warmte te produceren. Als daar tegenover wordt gezet dat een installatie minstens 60 jaar mee moet gaan, dan lijken twee tegenstrijdige kenmerken te bestaan. Daarom worden de verwisselbare cartridges geïntroduceerd die zo’n 8-10 jaar meegaan. Daarin zit eigenlijk alleen het gesmolten zout en de brandstof. Na gebruik kunnen deze weer schoongemaakt en hergebruikt worden. Deze cartridges zijn eenvoudig qua transport en kunnen op een industriële productielijn worden gemaakt. Daarbij wordt gebruik gemaakt van reeds gekwalificeerde materialen en proven componenten, zodat de cartridges bijvoorbeeld compatibel zijn met bestaande nucleaire transportvaten.
Onlangs is een contract getekend met EPZ voor de ontwikkeling van prototypes bij Thorizon in Amsterdam, Eindhoven en Borssele, vervolgens van pilots op TU Eindhoven en in Borssele en uiteindelijk van een demonstratieproject in Petten in 2028, uitmondend in een commerciële installatie in 2034 in Zeeland. Naast Zeeland zijn ook provincies als Noord-Holland en Noord-Brabant betrokken bijvoorbeeld omdat een demonstratie project bij NRG Pallas in Petten wordt voorzien. Daarbij zijn een groot aantal industriële partners betrokken, die Paul allemaal langsliep. Dat zijn bijvoorbeeld Orano voor de brandstofproductie en VDL voor de industriële productie van cartridges.
Ook stond Paul stil bij de ondersteuning vanuit overheden bijvoorbeeld de financiële steun vanuit FRANCE2030, de provincie Noord-Brabant en de Europese Commissie. En daarnaast de mogelijke EU-support vanuit de EU SMR Alliance.
Net als Space X op het gebied van ruimtevaart wil ook Thorizon disruptief zijn op het gebied nucleaire energieproductie. Niet behoudend en voorzichtig, maar reuzensprongen maken qua technologie, veiligheid, omgaan met afval en flexibiliteit. In de huidige ontwerpen zitten nog oplossingen om het vergunningstraject voor de korte termijn gemakkelijk te maken, maar ook daar zijn verbeteringsmogelijkheden te zien als van twee kanten meer ervaring wordt opgedaan met vergunningstrajecten.




