In Delft (en elders) zijn jonge vrouwen en mannen die iets heel tofs doen: ze worden lid van een studententeam dat samen een stevige technologische uitdaging aangaat. Eén ervan ken je vast: de Nuna-zonnewagen. Met dit voertuig gaan telkens nieuwe studententeams in Australië de strijd aan, onder andere met de vrienden uit Twente. Ze racen van noord naar zuid, volledig op zonne-energie, en vaak met succes. We noemen deze teams niet voor niets DreamTeams.
Sommige van deze studenten volgen ook mijn vakken. In de colleges hebben we het regelmatig over de verschillen tussen klassieke technologische projecten, zoals jullie die kennen uit de praktijk, en dit soort studentprojecten, die je af en toe in de krant of online tegenkomt. Het grote verschil zit in de manier van coördineren. De teams werken vrijwel altijd toe naar een keiharde deadline: het moment waarop het innovatieve product in een container moet voor verscheping naar Australië, op een aanhanger moet voor een racebaan in Duitsland, achter in de bus moet voor een testtrack in Veendam of naar een lanceerplek in de middle of nowhere. Tot die deadline werken ze met z’n allen in een hal of schuur, waar verschillende subteams letterlijk naast elkaar aan hun onderdelen werken.
De truc met die teams is natuurlijk dat niemand echt alleen maar zijn ding zit te doen. De onderlinge coördinatie zit ingebakken in de gezamenlijke uitdaging: een raket lanceren, een hyperloop laten zweven of een zonnewagen laten rijden. Daardoor leggen teamleden elkaar voortdurend uit waar ze mee bezig zijn, hoe het zich verhoudt tot het oorspronkelijke plan en of alles nog op elkaar aansluit en werkt.
In mijn onderzoek is dit altijd een centraal thema geweest: hoe organiseer je de flexibiliteit die sommige projecten nodig hebben? Het klassieke antwoord is formeel change management, maar dat begint vaak vanuit een “no-change mindset”. Echt flexibel is dat meestal niet. Bij deze studenten zien we juist een mierenhoop van slimme mensen met een uitgesproken “change mindset”. Zonder zware formele structuren ontwikkelen zij extreem innovatieve oplossingen. Tegelijkertijd hebben ze te maken met complexe integratievraagstukken, die ze oplossen door elkaar scherp te houden, voortdurend vragen te stellen en elkaar steeds weer te helpen.