NAP bijeenkomst 5 februari 2026

NAP bijeenkomst 5 februari 2026

10 februari 2026 by Communicatie

Congestie op het grid: wat kan de industrie doen?

De eerste NAP-contactbijeenkomst van 2026 werd gehouden bij Haskoning in Delft, in het prachtig gerenoveerde Rijksmonument uit 1912 waar destijds de faculteit Mijnbouw was gevestigd. De bijeenkomst had als thema hoe de industrie kan omgaan met netcongestie, waarbij soms vele jaren lang gewacht moet worden op aansluiting op het elektriciteitsgrid. Daarvoor waren een aantal sprekers uitgenodigd die deze uitdagingen konden omzetten in kansen en oplossingsmogelijkheden. De eerste sprekers deden dit vanuit het perspectief van een energieleverancier. Daaropvolgend gaf een leading professional een alternatieve uitweg om met netcongestie om te gaan.

Voorafgaand werd toegelicht wat de bijzonderheden zijn van het Paris proof gebouw waar de bijeenkomst werd gehouden en hoe de renovatie het meer dan 100 jaar oude monument heeft omgetoverd in een kantoor dat aan de nieuwe eisen voldoet en een zeer prettige werk- en ontmoetingsplek biedt.

NAP-voorziter Ron van den Akker opende de avond in de voormalige collegezaal van de faculteit Mijnbouw en verwelkomde iedereen. Hij gaf aan dat de NAP-bestuur en directie werkt en uitkijkt naar het jubileumcongres op 19 november aanstaande in De Verensmederij in Amersfoort; in de komende twee à drie weken wordt hier verdere informatie over verstuurd, zo beloofde hij.

Verder lichtte hij toe dat op het laatste moment vanwege verhindering een verandering in sprekers heeft plaatsgevonden. Gelukkig is NAP een sterk en verbonden netwerk en vond Eneco al snel bereid om in te springen met een bijdrage die precies was toegesneden op het thema.

Hortus botanicus

De eerste spreker was gastheer voor deze avond Johan Pruisken van Haskoning. Haskoning is een firma van raadgevende ingenieurs met wereldwijd circa 6.600 medewerkers vooral geconcentreerd in Nederland. Haskoning kent vele marktspecialisaties zoals Luchtvaart, Datacenters en Gebouwen en ook Energie, Industrie en Water die vanouds een sterke relatie hebben met het NAP-netwerk. Haskoning werkt sinds ongeveer een jaar vanuit het nieuwe kantoor in Delft waarin de werknemers van de oude kantoren in Rotterdam en Den Haag zijn samengevoegd. De achtergrond van die samenvoeging is dat werknemers niet per se gebonden zijn aan één marktspecialisme maar dat uitwisseling van kennis en ervaring gevraagd wordt. Dat geeft ook meteen een bijzondere eis aan van de renovatie van het oude Rijksmonument waarin het kantoor is gevestigd; die moest niet alleen 750 aantrekkelijke werkplekken opleveren maar ook uitstekende ontmoetingsmogelijkheden bieden. Een radicale verandering in de manier van werken, zoals Johan het noemde. Dat er aantrekkelijke werkplekken zijn gecreëerd werd getoond in een virtuele tour. Een redelijk donkere zolderverdieping werd omgetoverd in een ruimte met goed verlichte en prettige werkplekken. Het dak van een verbindingsgebouw werd veranderd in een aantrekkelijke werkruimte met prachtig uitzicht op de naastliggende hortus botanicus. Daarnaast zijn sommige oude elementen goed bewaard gebleven zoals een monumentaal glas-in-lood raam en de oude professorsruimte, waar de nieuwe vergadertafel is gemaakt van de bomen die op het binnenplein stonden.

Ook qua techniek is er veel verbeterd. Zo is de isolatie flink aangepakt. Was er in de oude situatie nog sprake van een energieverbruik van 350 kWh/m2, waar dat normaalgesproken 100-150 kWh/m2 is. In de nieuwe situatie is dat teruggebracht tot 70 kWh/m2. Ook allerlei andere maatregelen zoals het gebruik van zonnepanelen en de toepassing van mechanische ventilatie met warmteterugwinning werden toegelicht. In de virtuele tour werden ook diverse hoogstandjes van technische ingenieurskunst getoond, zoals de overkapping van het binnenplein met de aansluiting op het oude gebouw. Zo werd een mooie ontmoetingsruimte gecreëerd die mede de lange afstanden tussen de gebouwdelen kon verkorten.

Energietransitie en netcongestie

Vervolgens kwamen twee sprekers van Eneco, Wiert Jan de Raaf, manager energy transition partnerships, met zijn collega Gijs-Jan Otten. Zij gingen in op de vraag hoe de energietransitie in de industrie toch kan plaatsvinden ondanks allerlei hindernissen zoals prijsvolatiliteit en netcongestie waarbij regelmatig jarenlang op aansluiting of op uitbreiding op het grid moet worden gewacht.

Energieleverancier Eneco heeft de hoofdvestiging in Rotterdam en is business leider voor de zakelijke markt in Nederland. Er werken circa 3.000 mensen en het bedrijf is onderdeel van Mitsubishi en Chubu, beiden uit Japan. In 2024 werd een energieproductie uit wind en zon bereikt van meer dan 15 TWh, met een productiecapaciteit van meer dan 7,5 GW. Eneco werkt aan het One Planet Plan, met grote ambities op het gebied van circulariteit, biodiversiteit en maatschappij en gemeenschap zoals inclusiviteit. In 2035 is er de ambitie om klimaatneutraal te zijn waarbij de grootste inzet moet worden gedaan bij de scope 3 uitstoot, met specifiek de reductie in gasafname bij zakelijke klanten. Deze klimaatambitie komt voort uit de richtlijn van het Internationaal Energieagentschap uit 2021, dat de elektriciteitssector in ontwikkelde landen een ‘net zero’ emissie moet hebben bereikt in 2035, om de verantwoordelijkheid voor de eigen bijdrage aan de opwarming van de aarde op te pakken. Waar Eneco in 2019 nog een CO2-uitstoot had van 16,5 Mton, was dit in 2024 9,3 Mton; zo wordt continu gemonitord hoe Eneco in 2035 op netto 0 Mton terechtkomt.

Vervolgens werd ingegaan hoe met zogenoemd smart energy management, waarbij oplossingen zoals batterijen en power-to-heat oplossing worden ingezet, het hoofd kan worden geboden aan netcongestie en prijsvolatiliteit. Alvorens dat werd gedaan werd eerst ingegaan op de karakteristieken van de huidige energiemarkt in Nederland.

Allereerst werd de netcongestie op een kaartje van Nederland duidelijk gemaakt, dat aangaf wat het gevraagd vermogen bij klanten was. Daarbij kleurde een groot deel van het land rood, in het Noorden en Westen waren enkele delen oranje en slechts op kleine spots waren gele gebieden te zien. Eenzelfde soort kaartje was te zien wat betreft de teruglevering van elektriciteit; die vereisen immers ook uitbreiding van de infrastructuur. Daarbij zijn de oranje gebieden in Noord-Holland te zien met voor de rest veel rood.

Als tweede werd de onvoorspelbaarheid getoond met als voorbeeld de extreme energieprijzen in 2022 als gevolg van de inval in Oekraïne; wat zal de toekomst brengen, zo is de vraag daarbij.

Als laatste karakteristiek werd in een grafiek getoond dat de energieprijzen in de loop van de jaren steeds volatieler worden met ook steeds vaker negatieve energieprijzen.

Deze ontwikkelingen hebben een directe invloed op de bedrijfsvoering van industriële klanten, met mogelijk impact op bedrijfscontinuïteit en kostenstijgingen.

Flexibel in te zetten assets

Eneco ondersteunt klanten met een 5 stappenplan om voorbereid te zijn op de toekomst. Allereerst worden de mogelijkheden onderzocht om energieverbruik te verminderen. Niet alleen scheelt dat in kosten voor niet verbruikte energie; ook de bijhorende assets zijn niet benodigd. De tweede stap is om waar mogelijk van het gas af te gaan en te elektrificeren. De derde stap is om waar mogelijk zelf hernieuwbare energie op te wekken. De vierde stap is het toepassen van smart Energy Management. In het kort houdt dit in het optimaliseren van de energieconsumptie per uur met flexibel in te zetten assets; hierop zou Gijs-Jan later verder ngaan. De laatste stap betreft de periodieke review van het energiesysteem, om bijvoorbeeld verandering in gebruik te monitoren en continue verbeteringen aan te brengen. Voor dit 5 stappenplan heeft Eneco een aanpak gedefinieerd, de Eneco System Scan.

Het probleem met netcongestie is, naast het feit dat er niet op tijd genoeg capaciteit is bijgebouwd, ook een contractueel probleem. De ACM heeft inmiddels flexibele contracten geautoriseerd. Een voorbeeld van zo’n flexibel contract is de ATR85-blok, waarbij kort gezegd het netgebruik voor 85% is gegarandeerd en in de overige 15% beperkt kan worden. Door gebruik te maken van energie-opslagsystemen in combinatie met de capaciteit van de bestaande aansluiting en met een flexibel contract zijn problemen voor een groot deel op te lossen. Aan te raden is om contact op te nemen met de eigen netoperator en na te gaan welke flexibele contracten mogelijk zijn in de regio. Op deze manier kan een industrie een zogenoemde congestieverzachter worden en krijgt daarmee een hogere prioriteit op de wachtlijst voor aansluiting.

Zoals Gijs-Jan eerder aangaf, levert Eneco flexibel in te zetten assets. Vanouds bekend is de CCGT, de gecombineerde gas- en stoomturbinecentrale; ook bekend zijn de electrolyzers bij de elektriciteitsproductie. Specifiek voor het thema van deze NAP-bijeenkomst werden drie assets uitgelicht: batterijen ofwel BESS, power-to-heat oplossingen ofwel e-boilers en de TESS-systemen, thermal energy storage systems.

Wat betreft de e-boilers werden twee projecten bij Heineken en bij PepsiCo toegelicht, met e-boilers in de orde van grootte van 10 MW, die aanzienlijke gasbesparingen opleveren.

Vervolgens werden enkele batterij-projecten behandeld zoals bij Oegema Transport en Doeschot Holding; het gaat daarbij om systemen van circa 1,5 MW. Batterijen kunnen op verschillende manieren worden ingezet. Het doel van een batterij is in eerste instantie om de netcongestie problemen in de eigen bedrijfsprocessen op te lossen. Daarnaast kan deze ingezet worden voor optimalisatie, waarbij kosten worden gereduceerd door het aankomende energieverbruik te optimaliseren met behulp van de zogenoemde Day Ahead en Intraday markt gegevens. Nog verder kan men gaan door de batterij in te zetten op de energiemarkt om handel mee te drijven bij het balanceren van de energiemarkt. Een oplossing die erop is gericht om de problemen in de eigen processen op te lossen is vaak eenvoudiger en het meest kosteneffectief.

Eneco kan tevens smart Energy Management als tool inzetten. Hierbij worden consumptie, eigen energieopwekking en flexibele assets zoals batterijen en TESS afgestemd op de energiemarkt, met Day Ahead en Intraday marktmechanismen en eventueel met handelsmechanismen, als daarvoor gekozen is. Dit verhoogt de efficiency en verlaagt de kosten. Hierbij liet Gijs-Jan twee plaatjes zien hoe optimalisatie kan werken. Op het plaatje links was een typische dag zonder optimalisatie te zien waarbij in de ochtend het energieverbruik oploopt, rond lunchtijd naar beneden gaat en in de middag weer oploopt. Te zien is dat op momenten waar de energieleverkosten respectievelijk terugleverkosten hoog zijn, het verbruik juist hoog is respectievelijk veel wordt teruggeleverd. In het plaatje rechts is te zien hoe dat met optimalisatie aanzienlijk verbeterd is, door op de juiste tijden bijvoorbeeld de batterijen en TESS-systemen te laden. Ook werd getoond hoe op de markt met spreads en balanceren goede winsten kunnen worden gehaald.

Al met al luidde het advies om flexibele sturing in energieverbruik te combineren met het juiste contract. Focus daarbij niet alleen op de hardware en de software. Op die manier verkrijgt men een oplossing tegen de bestaande netcongestie, lagere energiekosten en CO2-emissies, en mogelijk zelfs handelsopbrengsten.

Op vragen uit de zaal werd aangegeven dat Eneco verschillende mogelijkheden ziet wat betreft investering bijvoorbeeld dat de klant de systemen bij oplevering overneemt en zelf opereert, maar ook full lease contracten. Op een vraag uit de zaal dat een bedrijf dat hiermee start wel weet wat de huidige investering is, maar totaal onzeker is over wat het uiteindelijk oplevert, vanwege al die handels- en andere mechanismen, werd geantwoord dat de focus op de eigen processen de belangrijkste moet zijn.

Duurzame workaround

De laatste spreker tijdens deze contactbijeenkomst was Edward Pfeiffer, smart energy hubs specialist bij Haskoning. Hij begon met de constatering dat het woord netcongestie ongeveer tweede in de ranglijst van meest voorkomende woorden in het nieuws is. Hij wilde deze avond een workaround presenteren voor bedrijven, zodat deze zelfstandig verder kunnen zonder afhankelijk te zijn van de netbeheerder.

Net als de vorige sprekers gaf Edward eerst wat context mee. Allereerst wat betreft de energie-intensiteit van Nederland vergeleken met een aantal andere geïndustrialiseerde landen. Daaruit blijkt dat Nederland het hoogste energieverbruik per km2 heeft met bijna 78 TJ/km2. Nederland heeft relatief veel energie-intensieve industrie, tel daarbij op de hoge bevolkingsdichtheid en de hoge welvaart, en het is wel duidelijk dat de uitdaging voor de energie-infrastructuur in Nederland extra moeilijk is.

Ten tweede, de olifant in de kamer wat betreft de CO2-uitstoot is toch wel de industrie met een aandeel van 40% ofwel 55 Mton in 2015. Dat gaat met allerlei reductieplannen zoals CCS koolstof opslag, waterstof, restwarmtegebruik en elektrificatie wel naar beneden, maar met de nu geprojecteerde projecten niet voldoende om het doel voor 2035 te halen.

Een cartoon uit de Volkskrant waarbij een datacenter ongeveer alle nieuwe beschikbare capaciteit wegsnoept voor allerlei andere, veel kleinere gebruikers, zet de bestaande praktijk van wetgeving wat betreft aansluiting op het grid duidelijk neer. Wie het eerst komt, het eerst maalt en die wordt aangesloten op het grid. Dit werd ondersteund met een grafiek waarin de grote toename in stroomverbruik is te zien in gebieden waar veel datacenters staan zoals Hollands Kroon en Haarlemmermeer.

Vervolgens toonde Edward een aantal bewegingen die waren te zien in 2025. Dit betreft de sluiting van 13 energie-intensieve fabrieken in Nederland, wat op zich weer ruimte geeft op het grid. Andere trend is de nieuwe investeringen door energie-extensieve industrieën zoals medicijnproducenten en door chemisch recycling bedrijven als Blue Circle Olefins

Verdere context werd gegeven met het doornemen van de kranten. De nieuwe aanstaande regering benoemt in het akkoord de nieuwe Crisiswet Netcongestie met name de introductie van een capaciteitsmarkt zoals elders in Europa, de verlaging van de elektriciteitskosten voor de industrie, de groene groei en de maatwerkafspraken, de opschaling van groene waterstof die overigens een stilstand kende in 2025 en de versterking van het nucleaire cluster. De Wetenschappelijke Klimaatraad heeft aangegeven dat een keuze moet worden gemaakt welke basisindustrie wel en niet in Nederland past. Overigens is er nog niemand die de keuze heeft gemaakt. Tenslotte was er het rapport Wennink met het ontwikkelen van het concurrentievermogen, het versterken van de maatschappelijke veerkracht en het investeren in hoogproductieve delen van de economie.  Wat dat laatste betreft moet niet alleen worden gekeken naar toegevoegde waarde maar ook naar geopolitieke ontwikkelingen en onafhankelijkheid.

De afdronk hiervan is dat er een nieuwe boost is voor de industrie, maar ook het besef dat niet alles kan, gezien de beperkte ruimte, infrastructuur en beschikbaarheid van betaalbare energie.

Vervolgens nam Edward de 4 scenario’s voor 2050 door die door Netbeheer Nederland zijn ontwikkeld. Deze lopen van scenario 1 waarbij energie geïmporteerd wordt, naar scenario 4 waarbij op eigen vermogen energie wordt geproduceerd. Daarbij worden een aantal robuuste ontwikkelingen benoemd zoals de overgang van aardgas naar waterstof, de sturing in infrastructuur en energie en de elektrificatie door middel van duurzame bronnen. Als leidend scenario wordt gezien scenario 3, Koersvaste Middenweg.

Ondertussen piept en kraakt het elektriciteitsgrid, wat werd getoond met een kaartje van Nederland dat bijna compleet rood is, met hier en daar wat oranje en gele regio’s. De schaarste is niet zomaar voorbij en kan wel eens structureel zijn. De wachtrij om stroom af te nemen stond in 2024 op een totaal van 12.000; halverwege 2025 was deze opgelopen naar 14.000. Overigens met een totale vraag van 9 GWe, vergeleken met de totale capaciteit in Nederland van 20 GWe is dat enorm hoog.

Een volgend plaatje met de netcongestie voor grote afnemers van > 10MW toont dat alleen in Friesland, Drente en delen van Groningen nog wat ruimte lijkt te zijn.

Samengevat voor het bedrijfsleven noemde Edward twee woorden: onzekerheid en handelingsperspectief.

Eigen regie

De onzekerheid over netcongestie en transportschaarste doet de vraag ontstaan wanneer deze dan wel beschikbaar is; de planning is onzeker en wordt voortdurend vooruit geschoven De communicatie daarover kan dan ook niet helder zijn; wat is de status van de aanvraag en welke factoren zijn van invloed? Daarbij geldt ook het probleem van eigenaarschap; in andere situaties zou misschien sprake kunnen zijn van boetes als niet wordt geleverd maar zo zit de wet niet in elkaar. Het probleem moet door de aanvrager zelf worden opgelost.

De vraag is dan hoe het probleem in eigen regie kan worden opgepakt en daarvoor bestaat een Plan B, dat kan worden uitgevoerd in 3 stappen. Allereerst, onderzoek waar energiebesparing mogelijk is; dat scheelt niet alleen in energiekosten maar ook in capaciteit, zeker daar waar capaciteit steeds duurder wordt. Tweede stap is flexibilisering door buffering van energie en sturing. Daarmee wordt de gebruikspiek naar beneden gebracht en wordt de beschikbare ruimte maximaal benut. De derde stap is om elektriciteit zoveel mogelijk zelf op te wekken en daarmee vult duurzame energie het aggregaat waarmee de pieken ontlast kunnen worden.

Voor een goed begrip, dit betreft niet een business case met terugverdientijden, het gaat om energiezekerheid tegen lage kosten en zo duurzaam mogelijk. Dit is mogelijk voor het eigen bedrijf maar ook in een energiehub met een aantal bedrijven op een bedrijfspark.

Wat betreft zo’n energiehub liet Edward het plaatje zien van een voorbeeld zoals gebouwd in Tiel. Met energieopwekking door middel van zonnepanelen waardoor 80% eilandoperatie mogelijk is, een aantal batterijen en (back-up)gasgeneratoren. Met buffering van elektriciteit, warmte en koude en met eigen opwekking van energie wordt flexibiliteit gecreëerd waarbij kan worden geleverd aan het net wanneer dat gevraagd wordt en kan worden afgenomen van het net wanneer dat mogelijk is; op gunstige tijden.

Hierop werden een aantal voorbeeldprojecten getoond met een haalbaarheidsstudie voor een 140MWe regelbare opwekkingsinstallatie voor een netbeheerder, een energiehub voor een industrieel cluster, een onderzoek naar piekafvlakkingsmogelijkheden met batterijen voor een industrie, en potentie-onderzoek van bedrijventerreinen voor provincies.

Dit alles neemt niet weg dat ook netbeheerders aan de slag moeten met het uitbreiden van het elektriciteitsnet, maar ook met faciliteren van de off-grid aanpak, de co-creatie met een bedrijf en het inzicht geven in de planning.

Samengevat luidde de boodschap, wacht niet af tot de netcongestie is opgelost, maar ga zelf aan de slag. Tenslotte sloot Edward af met een citaat van Antoine de Saint-Exupéry: “wat de toekomst betreft, onze taak is niet om die te voorspellen maar om haar mogelijk te maken.”

Op een vraag uit de zaal of deze aanpak eerder voor Greenfield situaties geldt, werd bevestigd dat Brownfield vaak allerlei problemen heeft zoals de onwil van een partij om de bestaande overcapaciteit af te staan om maar geen flexibiliteit te verliezen of om toekomstige uitbreidingen niet in de weg te staan.

Ron sloot de bijeenkomst af, met aandacht voor het onderwerp van de volgende bijeenkomst: de SMR, de small nuclear reactors. Ook wees hij de aanwezigen op de gerenommeerde MEP cursus voor projectmanagement van engineering projecten, die in mei en juni van dit jaar zal worden gehouden. Er zijn nog een paar plaatsen over en voor sponsors van NAP zijn er per partij twee vrije plaatsen beschikbaar.

Close