NAP Process Industry Network

  1. Login
  2. Contact
  3. Google translate

Professorale overpeinzingen

Een heugelijk moment is de afgelopen maand gepasseerd zonder er al te veel aandacht aan te besteden: de honderdste afstudeerder is door mij afgeleverd. Zonder al teveel ruchtbaarheid, ik heb het alleen bij de uitreiking van het diploma gememoreerd.

Als je over de jaren terug kijkt dan leverde ik in de tijd van een 30% aanstelling gemiddeld 5 master-studenten per jaar af, gedurende de 50% aanstelling 10 en nu gedurende de 80% aanstelling 25 per jaar. Toegegeven dit is niet helemaal pro rato en  daarom zal na 1 september het aantal studenten weer teruggeschroefd gaan worden naar een gemiddelde van 10 per jaar. Dit is onder andere een gevolg van het terugbrengen van de omvang van mijn aanstelling naar 50% en het feit dat ik bij de 80% aanstelling al meer doe dan de norm. Totaal geef ik op jaarbasis 15 studiepunten aan colleges wat equivalent is aan 1200 uur werk. Daarnaast zijn de 25 afstudeerders equivalent aan 250 uur wat samen meer is dan het aantal uren in een 80% aanstelling (= 1376 uur) en dan doe ik ook nog onderzoek samen met mijn 7 promovendi.

Waarom vertel ik u dit allemaal? We hebben deze situatie aanhangig gemaakt bij de TU Delft. Deze situatie geldt namelijk niet alleen voor mij, maar voor alle medewerkers en collega’s in onze sectie, Integraal Beheer en Management. Stelselmatig maken we meer uren dan de norm  en gedreven als we zijn, is het ook onze eer te na om dat niet te doen. Maar als we tegelijkertijd meer uren aan onderzoek willen besteden, zullen er keuzes gemaakt moeten worden. En dat is wat we hebben aangekaart. Er zullen formatieplaatsen bij moeten en budgettair is dat volgens collega Hertogh en mijzelf haalbaar. Een aantal oplossingen hebben we daarvoor zelfs al aangedragen: we hebben nieuwe medewerkers geïdentificeerd, het is mogelijk om enkele aanstellingen uit te breiden en het tijdelijk inhuren van oud-collega’s uit de industrie. Nu alleen nog het groen licht hier voor krijgen en dat kan soms nog wel eens een tijdje duren.

Voor alle duidelijkheid, dit is geen klacht. Het is een observatie van de gevolgen van de steeds toenemende studenten aantallen en de intensiteit van de begeleiding. Als we dat serieus willen blijven nemen, moeten we de organisatie daar ook voor optimaliseren. En dat vraagt af en toe wat bijstelling. Niet voor niets geef ik ook de master-cursus “dynamic control of projects”. We moeten ons aan blijven passen aan de veranderende omstandigheden, ook als organisatie. It is the survival of the fittest, not the strongest zoals mijn biologielerares op de middelbare school altijd zei.

Tenslotte een moment van reflectie. Toch wel leuk als je je realiseert hoe ik begon als één-mans outfit in 2007 en ver afstond van de hier geschetste problematiek en waar we als sectie nu zijn. Een groep met 4 hoogleraren, 8 vaste staf, zo’n 20 promovendi en een master curriculum met 80 studenten per jaar. We gaan moedig voorwaarts. U hoort nog van ons.

 

Hans, NAP professor